THE GOOD PART

september ’23

Zover ik mij kan herinneren, heb ik mij bezig gehouden met de vraag wat ik met mijn leven wilde doen. Ik had altijd wel een idee, maar nooit een concreet doel. Toen ik dat dus eigenlijk vond, is mijn hele leven daar om gaan draaien. Zo ben ik het behalen van dit doel ook wel ‘the good part’ gaan noemen – vernoemd naar de grand finale van een film waarin de hoofdpersonage zijn missie volbrengt, een beloning ontvangt en alles samenkomt. Klinkt vrij glamoureus, niet waar? Net zoals in de film gaat hier eerst een lange en bovendien onstuimige weg aan vooraf. De werkelijkheid is alleen ietsje harder.

In deze blog richt ik mij expliciet op die onbeschaamde en ongepolijste werkelijkheid van de onstuimige weg die aan the good part voorafgaat. Zo vertel ik over frustrerende ambities, eindeloze uitdagingen en het toch steeds maar doorgaan, zelfs wanneer alles in jezelf dat niet meer wilt. Hoe ga je op al die momenten toch door en nog belangrijker: hoe kom je ondanks alle tegenslagen alsnog bij the good part? In deze blog hoop ik hier antwoord op te geven door je alles te vertellen over mijn weg daarnaartoe. Ga mee en ontdek het zelf!

OUVERTURE

Zoals ik zojuist schreef, was ik dus al vroeg bezig met het leven en wat ik daarin wilde bereiken. Nu hoef je dit als kind natuurlijk nog niet te weten, toch was die drang toen bij mij al aanwezig. Ik wilde iets groots doen; iets dat van betekenis zou zijn. Het ding was alleen, ik wist niet wat. Dat stoorde mij dus enorm en hoe ouder ik werd, hoe meer dat gevoel groeide. Het voelde alsof ik kostbare tijd liet ontsnappen, maar tegelijkertijd kon ik er niet echt iets tegen doen. Zonder concreet doel kon ik immers niet beginnen dit te verwezenlijken – er was simpelweg niks om te verwezenlijken.

Gelukkig was dat niet het einde van het verhaal. Ik wist dan niet exact wat ik wilde doen, maar ik was ook niet totaal clueless. Zo wist ik dat ik ‘iets met tekenen’ wilde doen; ik was alleen nog niet zeker of ik daar wel echt voor wilde gaan. Het was immers geen geheim dat de cultuursector geen vetpot is. Inmiddels zat ik al wel op de middelbare school en moest ik langzamerhand een vervolgstudie kiezen. Ik besloot daarom naar een open dag van de kunstacademie te gaan om mij daar te oriënteren. Dat was immers dé plek waar ‘iets met tekenen’ zou kunnen worden geconcretiseerd.

Zo goed als mijn plan klonk toen ik het bedacht, zo snel dit gevoel vervloog toen ik eenmaal op de academie was gearriveerd. De open dag viel namelijk behoorlijk tegen. Veel studies spraken mij niet nét niet aan, waardoor ik alleen maar onzekerder over mijn dilemma werd dan ik al was. Toen zelfs de studie die ik van tevoren op het oog had – graphic design – niet bij mij bleek te passen, liep ik ietwat verloren het zoveelste lokaal uit. Op datzelfde moment zag ik dat er in het lokaal tegenover mij, net een presentatie over de illustratiestudie ging beginnen. Ik had geen idee wat illustratie inhield, maar aangezien ik toen écht niet wist wat ik wilde doen, besloot ik toch naar binnen te gaan. 

Om eerlijk te zijn heb ik geen idee wat er in die presentatie werd verteld en om nog eerlijker te zijn, weet ik ook niet of dat überhaupt wel uitmaakt. Toen ik eenmaal het lokaal binnenliep, viel mijn oog meteen op het presentatiescherm waar een kleurrijke illustratie van een student werd getoond. Zoals het gezegde gaat: één beeld zegt meer dan duizend woorden en voor het eerst zag ik hoe dat in de werkelijkheid werkte. Nu weet ik ook niet meer wat die illustratie zei en hoe het er überhaupt uitzag, één ding herinner ik mij heel goed: toen ik dat beeld zag wist ik het. Dít is wat ik wilde doen. 

Even later, toen de presentatie voorbij was, kwam ik super verzekerd het lokaal uit. Dat was dus in schril contrast met hoe ik het lokaal een halfuur daarvoor binnen was gegaan, maar ook voor mij persoonlijk was dit heel ongewoon. Ik wilde altijd iets goed overdenken, zodat ik zeker wist dat ik de juiste beslissing maakte. Hier was dat echter niet nodig. In dat ene moment viel alles zó goed samen, het kon niet anders dan dat God dit had georchestreerd. Ik hoefde dus niet langer na te denken of dit wel het grote doel was waar ik naar had gezocht; ik wíst dat dit het was. Daarbij had ik ook al meteen voor ogen hoe ik dit ging doen!

PART ONE: SITUEREN

Op dat ene moment dat ik had besloten te willen illustreren, had ik ook al bedacht dat ik dat op deze kunstacademie wilde verwezenlijken. Niet alleen sprak de studie mij heel erg aan, ook de algemene sfeer die er hing vond ik fijn. Het moest en zou dus deze specifieke academie worden; ik moest alleen ook door de academie zelf worden toegelaten. Dat was dus nog best wel een ding, maar aangezien ik zo zeker was dat ik dit wilde doen, was ik er ook van overtuigd dat het mij zou lukken. Zo ging ik enkele maanden later vol goede moed én mijn portfolio terug.

Tijdens de toelating kregen we enkele tekenopdrachten voorgeschoteld, terwijl er ondertussen steeds iemand apart werd gehaald voor het portfoliogesprek. Toen ik eenmaal aan de beurt was, werden er meteen tientallen vragen over mijn werk en mijn ambities op mij afgevuurd. Ik had geen idee of het een goed of slecht teken was dat ze zoveel vragen stelden, maar tijd om erover na te denken had ik niet. Voordat ik het wist, was het gesprek voorbij en zo verliep ook de rest van de dag. De uitslag liet alleen nog wel op zich wachten; die zou later per post komen. In tegenstelling tot de toelating zelf, ging het wachten daarop alles behalve snel voorbij. Weken duurde het voordat ik eindelijk de verlossende brief kreeg: ik was niet toegelaten.

De afwijzing was op zijn zachts gezegd een enorme tegenslag. Niet alleen was de afwijzing op zichzelf ruk, het betekende ook dat ik meteen had gefaald. Zo was de weg naar the good part praktisch gezien al gestrand, nog voordat ik was begonnen. Toch wilde ik niet zomaar opgeven, dus besloot ik een tussenjaar te nemen om het jaar erop het weer te kunnen proberen. De toelating zelf, werd toen de eerste stap waarop ik mij ging focussen. Om mij daar beter op voor te bereiden, besloot ik een halfjaar lang iedere zaterdag een vooropleiding te volgen om te werken aan mijn portfolio. De rest van de week werkte ik in een winkel. Klinkt goed, toch?

Ook hier gold ‘goed plan, andere realiteit’. Zo was ik mijn bijbaan al snel zat. Ik was mij er heel erg van bewust dat dit maar tijdelijk werk was, maar toch moest ik daar iedere week naartoe. Daarbij werkte ik met super vervellende klanten en dat allemaal in een geestdodende omgeving van TL-licht. Ik háátte het. Het voelde alsof ik mijn tijd investeerde in een doodlopende weg in plaats van de weg naar the good part. Daarbij viel de vooropleiding ook rauw op mijn dak. Ik wilde wel graag tekenaar worden, maar ik wist vaak niet wat ik wilde tekenen, waardoor ik het gewoon niet deed. Het gevolg was dat ik mijzelf nooit creatief had uitgedaagd en daar dus tijdens de vooropleiding ook iedere week mee werd geconfronteerd. 

Door alle confrontaties en frustraties, kwam ik dus al snel op een punt dat alles in mij zei dat ik gewoon maar moest stoppen – ik kon het alleen niet. Zoals ik al eerder schreef, wist ik in een split second dat ik die specifieke studie, op die specifieke school wilde volgen. Daarbij was het een ‘super toevallig’ moment dat makkelijk anders had kunnen lopen. Dat kon dus alleen maar van God zijn en dat zag ik ook terug in de momenten daarop. Telkens wanneer ik dacht dat ik het écht niet meer aankon, gaf Hij mij de motivatie en kracht om er toch weer tegenaan te gaan

Ik besloot dus door te gaan, maar dat betekende niet dat het ineens easy peasy was. God gaf mij wel steeds de nodige duw in de rug, ik moest nog steeds dagelijks tegen al die uitdagingen strijden. Daarbij was het niet eens zeker of ik na dat jaar mijn weg naar the good part wel zou kunnen vervolgen. Ik wist wel dat ik een jaar lang niet zou zijn waar ik wilde zijn, maar wie weet of ik dat het jaar erop wel kon. Wat nou als ik de toelating weer niet zou halen? Had ik dan een jaar verspild?? En hoe zou ik dat verantwoorden naar mijn ouders? Toch was dit de enige weg om maar een beetje richting the good part te komen; ik kon niet anders dan doorgaan. Dus dat deed ik, gesterkt door God.

Een halfjaar later kon ik weer toelating doen. Er hing dus veel van dit moment af, omdat ik hier een jaar op had gewacht. Daarbij was het ook mijn enige kans, omdat het de enige toelating was waar ik mij voor had ingeschreven. Dit was immers de enige academie waar ik naartoe wilde, dus was er voor mij ook geen andere optie. Zo ging ik met dezelfde overtuiging van vorig jaar én iets meer spanning, weer op pad. Dit keer verliep de toelating alleen iets anders: de dag was anders ingedeeld en we kregen andere opdrachten. Ook werd de uitslag aan het einde van de dag bekend gemaakt in plaats van per post. Gelukkig was de inhoud daarvan ook anders. Na twee uur in spanning te hebben gewacht, kwam het nieuws: ik was toegelaten.

PART TWO: KUNSTACADEMIE

Door het dolle heen dat ik het niet verkeerd had gezien om het jaar erop het weer te proberen, kon ik een halfjaar later beginnen aan de studie. Je kan je vast wel voorstellen dat ik helemaal in mijn nopjes was toen ik dan eindelijk aan het echte werk kon beginnen – helaas was dat van korte duur. Mijn verwachtingen en de realiteit clashte namelijk enorm. Aangezien ik door het tussenjaar best wel een flinke aanloop had moeten nemen, had ik onbewust bedacht dat the good part al zou aanbreken wanneer ik dan eindelijk aan mijn studie zou beginnen. Ik was dan immers écht met mijn droom bezig; dat werkte alleen niet zo.

Het ding was, ik was inderdaad bezig. Dat betekende dus niet dat ik er al was. Dat werd dan ook pijnlijk duidelijk tijdens de studie. Ondanks de opgedane ervaringen en mijn creatieve ontwikkelingen tijdens de vooropleiding, was ik nog in de verste verte verwijderd van een goede illustrator zijn. Al helemaal in vergelijking met een klas van twintig andere getalenteerde makers! Ik realiseerde mij dus al snel dat het niet ineens alleen maar leuk en makkelijk zou zijn vanaf dat moment. In fact, ik was net zo hard – en eigenlijk zelfs harder – aan het ploeteren dan in mijn tussenjaar.

Aangezien the good part nog even op zich liet wachten, ben ik toen het afstuderen als mijlpaal daarvoor gaan beschouwen. Wanneer ik dat zou hebben bereikt, zou ik immers als illustrator aan de slag kunnen gaan. Ik zou dan dus écht mijn droom kunnen leven. Misschien raad je het al, maar ook dat was niet zo. Als afgestudeerde kon ik mezelf wel officieel illustrator noemen, ik had alleen nog geen opdrachten. Ik wilde natuurlijk illustrator zijn om daarvan te kunnen leven – dat ging helaas nog niet. Sterker nog, ik had geen één opdracht lopen. In de illustratiewereld begon ik namelijk weer vanaf nul en dus liet the good part nog steeds op zich wachten.

PART THREE: AFGESTUDEERD

Fastforward naar een jaar later: ik was afgestudeerd, maar nog steeds was er geen good part te bekennen. Ondertussen had ik wel een paar opdrachten gedaan, maar dat was heel sporadisch. Langzamerhand begon dat dus een big deal voor mij te worden. Door het tussenjaar en de studie was ik namelijk al 5 jaar keihard aan mijn droom aan het werken. Daar kwam dus ook nog eens dit jaar bovenop waarin ik allerlei zaken aan het ondernemen was om aan de slag proberen te komen: portfolio opbouwen, potentiële opdrachtgevers benaderen en mezelf online zichtbaar maken. Dat voelde dus enorm dubbel. Het voelde namelijk net zoals mijn tussenjaar. Ik was wéér aan het ploeteren in de hoop ergens te komen, alleen was ik nu 5 jaar verder.

Naast dat dubbele gevoel, had ik überhaupt niet gerekend op nog een jaar te struggelen naar the good part. Ik had gedacht dat na het afstuderen er niks meer in de weg zou staan. Ik had dan namelijk alles gedaan wat ik kon doen om een goede illustrator te worden: worden toegelaten, de studie volgen én afstuderen. Ik dacht dus dat wanneer ik dat had afgerond, the good part écht zou komen. Ik wist immers wat ik wilde, werkte hard daarvoor en bovendien reageerden veel belangrijke mensen uit de illustratiewereld enthousiast op mijn werk. Toch bleef die grote opdracht uit. 

PART FOUR: WAT NU??

Na dus een jaar lang aan mijn carrière weg te hebben getimmerd, kon ik alleen nog maar denken ‘wat nu?’ Wat kon ik nu nog ondernemen na bijna dagelijks mezelf in de illustratiewereld te hebben geworpen? Om eerlijk te zijn had ik geen antwoord hierop en zo’n 2 jaar later heb ik dat nog steeds niet. Op dit moment ben ik namelijk nog steeds niet bij mijn good part aangekomen. Ik weet het dus niet, maar om nog eerlijker te zijn, weet ik ook niet of er überhaupt wel ‘iets’ is dat je kan doen om bij the good part te komen. In ieder geval niet iets concreets.

Hoe graag ik ook wilde, succes gebeurt niet zomaar. Het kost heel veel kleine stapjes die allemaal naar dat moment opbouwen. Klinkt vrij logisch, maar onbewust had ik de verwachting gecreëerd dat ik gewoon één grote kans nodig had waardoor ik pats, boem, bij the good part zou zijn. Je hebt in principe maar één persoon met de juiste connecties nodig om in de juiste spotlights te komen; the someone who can lift you off the ground. Het ding is alleen, dat komt niet zomaar op je pad. Je moet daarnaartoe werken en dat is best wel een zoektocht. Er is namelijk niet een standaard formule die je kan volgen. Wat voor de een werkt, hoeft niet voor de ander te werken. Het is immers niet duidelijk wie die persoon kan zijn en wat daarnaartoe leidt. 

Ik realiseerde mij dus dat hoewel ik nog wel aan mijn carrière moest blijven werken, mijn doorbraak niet in mijn handen lag. Het lag in Gods handen; Hij was immers Degene Die de juiste persoon of kans op mijn pad kon leggen. Nu was dat op zich niks nieuws, aangezien Hij mijn hele illustratiepad al had geleid. Ik was alleen nu echt geheel van Hem afhankelijk. Het was immers niet meer concreet wat ik moest ondernemen om verder komen, zoals tijdens de academie was. Om eerlijk te zijn, vergde het in het begin flink wat geloof om na al die tijd mijn carrière compleet aan Hem over te laten. Toch had ik gezien mijn geschiedenis met Hem wel het vertrouwen dat Hij het zou doen. Althans, totdat dat succes maar niet kwam.

PART FIVE: LIFE ISN'T A MOVIE

Is het je ooit opgevallen dat de hoofdpersonage van een film nooit eindigt met het doel of ding dat hij aanvankelijk voor ogen had? Hetgeen wat wij verlangen, is immers vaak anders dan hetgeen dat wij daadwerkelijk nodig hebben. God weet dat en daarom geeft Hij ons ook niet wat wíj willen, maar wat Hij ziet dat wij nodig hebben. Bij mijn carrière was dat dus niet anders. Succes klinkt natuurlijk wel leuk, maar kon ik dat op dat moment wel aan? Als ik kritisch kijk naar hoe ik over mijn illustratieweg dacht en hoe ik erin stond, moet ik bekennen dat ik dat niet zeker weet.

Ik was namelijk best veel op resultaat gefocust. Zo had ik steeds een doel voor ogen – toelating halen en afstuderen, bijvoorbeeld – en had ik steeds verwacht dat ik daarvoor zou worden beloond. Toen dat dus steeds niet kwam, had ik zoiets van “ik heb zoveel tegenslagen meegemaakt, heb ik dan niet eindelijk eens succes verdiend??” God werkt echter niet zo. Ten eerste faciliteert Hij geen slachtofferschap, ten tweede was ik onrealistisch. Zo was ik vrij geïrriteerd dat ik een jaar na het afstuderen niet meer succes had, maar wat is een jaar nou eigenlijk?? Er viel een hele wereld te ontdekken en die illustratiewereld moest mij ook nog ontdekken. Als dat zelfs binnen 3 jaar was gelukt, zou dat snel zijn!

Hoe graag ik het ook anders wilde, ik had dus tijd nodig om te groeien en stiekem wist ik dat ook wel. Die sporadische opdrachten die ik in mijn eerst jaar na het afstuderen had? Eén daarvan heb ik best wel verpest, simpelweg omdat er eigenlijk nog niet klaar voor was. Super stom, want het was wel een opdrachtgever waarvan ik wist dat als ik het goed zou hebben gedaan, ik meer opdrachten zou hebben gekregen. Ik besefte dus dat als ik écht geloofde dat God mij leidde, ik Hem dan ook hierin moest vertrouwen. Wie weet heeft Hij wel succes voor mij in petto, maar moest ik inderdaad eerst in nederigheid worden getraind. Of misschien heeft Hij wel iets heel anders, maar veel beters in gedachten. ‘‘God works in mysterious ways’’, after all.

Dat is hoe het er momenteel nog steeds voor staat. Ik kan helaas niet vertellen hoe ik bij mijn good part ben gekomen zodat je daar een voorbeeld aan kan nemen, maar misschien is het ook veel belangrijker om te vertellen over deze fase van er nog niet zijn. Hoe je ondanks dat, moet én kan volhouden. Ik ben dan wel nog niet waar ik wil zijn, maar ik ben wel onderweg. Dat is iedere dag weer verder dan ik ooit eerder ben geweest. Wie weet ben ik wel dichterbij dan ik denk.

 

Deze blog is geïnspireerd op het nummer ‘The Good Part’ van AJR. Hierin vertelt de band dat ze gehoopt hadden al bij hun good part te zijn, gevolgd met de vraag of ze daarnaartoe kunnen doorspoelen. Na mijn afstuderen kwam ik dit nummer weer tegen en resoneerde het perfect met waar ik op dat moment doorheen ging. December 2022, 3 jaar nadat het nummer uit kwam, heeft de band er een officiële muziekvideo van geüpload. Dat was het moment dat zij hun good part hebben behaald.

Scroll naar boven